EuroCALL 2016 | CALL Communities and culture

Limassol
Limassol, Cyprus

Ieder jaar organiseert EuroCALL, de Europese organisatie voor onderzoek naar de inzet van ict in het talenonderwijs een conferentie over de state of the art binnen een bepaald centraal thema. Het centrale thema van dit jaar was gemeenschappen en cultuur(onderwijs) met behulp van ict. Locatie dit jaar, na Groningen in 2014 en Padova in 2015, was Limassol op het tamelijk warme en zonovergoten Cyprus.

Ruim drie dagen werden er onderzoeksresultaten gepresenteerd, case studies besproken, ervaringen gedeeld in een van de exclusievere hotels van Limassol, waarnaar de organiserende Cyprus University of Technology was uitgeweken om ervoor te zorgen dat alle presentaties op een en dezelfde plaats konden worden gehouden.

Blended

Voor mij was het interessant om te zien hoe er in verschillende landen al blended wordt gewerkt in programma’s voor het opleiden van nieuwe docenten moderne vreemde talen. Er werden initiatieven gepresenteerd waarbij handige video’s over pedagogiek, klassenmanagement en vakdidactiek beschikbaar gesteld werden aan startende docenten Engels in Zuid-Korea, evenals verschillende toepassingen waarbij iPads en andere smart devices ingezet werden voor het o zo belangrijke praktijkdeel van de opleiding tot leraar.

Docenten opleiden

Daarnaast waren er ook een aantal initiatieven voor het trainen van hogere ict-vaardigheden voor docenten, zowel ervaren als onervaren. Ik vond het bij een paar presentaties wel vrij opvallend dat dit soort hands-on trainingen vooral werden aangeboden aan studenten die feitelijk nog geen ervaring in een klas, met leerlingen hadden opgedaan. De betrokken onderzoekers/docenten vertelden me dat het bijvoorbeeld in het Engelse systeem ongebruikelijk is om de opleiding tot docent op de universiteit te combineren met het opdoen van praktijkervaring in het werkveld, zoals dat in Nederland in zowel de tweedegraads (bachelor) als eerstegraads (master) wel gebeurt.

MOOCs voor talen

Met de hype van de MOOCs (massive open online courses) alweer bijna voorbij, is het niet onlogisch dat ook in het talenonderwijs de eerste initiatieven het licht hebben gezien wat betreft grootschalige online cursussen om een taal te leren of om kennis op te doen van een of meerdere culturen. Vanuit het Europees gefinancierde SpeakApps-project werd onlangs de Tandem MOOC georganiseerd, waarbij Spaans- en Engelstalige deelnemers hun taalvaardigheid konden oefenen en uitbreiden, en waarbij er ondertussen onderzoek werd gedaan naar hoe er peer feedback gegeven werd.

Ook werden de eerste inzichten gepresenteerd voor een toolkit waarmee taaldocenten (of de instituten waaraan zij verbonden zijn) hun eigen Massive Open Online Language Course (MOOLC) kunnen opzetten. Op zich interessant, maar dan vooral voor universitaire talencentra, die graag een zo groot mogelijk publiek willen bedienen en zich niet bijster veel zorgen hoeven te maken over de financiering van een dergelijk project. Een talencursus opzetten voor circa 5000 tot 10000 deelnemers is namelijk nogal een logistieke en organisatorische opgave. Denk alleen al eens aan de hoeveelheid begeleiders en docenten die je achter de schermen moet inzetten voor het opzetten van het curriculum, voor het faciliteren van alle verschillende werkvormen en voor het in goede banen leiden van alle opdrachten die deelnemers in de vier tot zes weken durende cursus zullen volbrengen. Bovendien vraag ik me af of er vanuit de instituten heel erg goed is nagedacht wat ze met al die door de deelnemers gegenereerde data in zo’n cursus willen gaan doen. Wat mij betreft ideeën te over: wat denk je van specialistische corpora voor het analyseren van taalproductie van bijvoorbeeld Engelstalige lerenden van het Spaans? Of een corpus voor het analyseren van academische schrijfproducten door niet-native speakers? Taalkundigen en taalwetenschappers zouden zeker betrokken moeten zijn bij het ontwerpen en uitvoeren van MOOLCs, zodat ook zij de data verkrijgen waar zij het meest om zitten te springen.

Moodle als ideale metgezel voor onderzoek naar CALL

Een andere opvallende trend tijdens EuroCALL 2016 was het aantal onderzoeken waarbij de onderzoeksgroep nadrukkelijk gekozen had voor de inzet van de sociaal-constructivistische leeromgeving Moodle. Niet alleen om te gebruiken voor project management, maar ook om er MOOCs in te bouwen, of klassen te laten werken met lees-, luister-, spreek- en schrijfvaardigheid. Voor mij is het al een aantal jaren de online alleskunner die niet meer in het hedendaagse (talen)onderwijs mag ontbreken.

Gamification of toch niet?

Eigenlijk was het al te verwachten: ook in de wereld van onderzoek naar CALL is de term gamification doorgedrongen. Her en der waren er voorbeelden van game-based of gamified learning te vinden, zoals een interessante app (in concept) waarmee studenten Mandarijn vaardigheid zouden kunnen opdoen in het schrijven van karakters, zodat er tijdens de contacturen meer tijd overblijft voor spreekvaardigheid en uitspraaklessen.

Jammer genoeg werd er ook gesproken over gamification wanneer het hoofdzakelijk leek te gaan over het toevoegen van badges en punten aan een verder onveranderd ontwerp van lessen en lessenreeksen, op basis waarvan een onderzoeker zijn onderzoek deed. Misschien ligt daar nog wel een kans voor komende edities van het EuroCALL-congres, als de integratie van spelelementen en -technieken dieper geworteld raken in het didactisch ontwerp van docenten.